Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. I.M. Koopmans;
- de advocaat van de verdachte: mr. C.T.W. van Dijk;
- de nabestaande en benadeelde partij: [nabestaande] (moeder van het slachtoffer);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. S.M. Diekstra.
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
- i) heeft de verdachte [slachtoffer] opzettelijk in een hulpeloze toestand gebracht of gelaten, waardoor hij is komen te overlijden (feit 1)? Hierbij komt onder andere de vraag aan de orde welke zorg de verdachte verplicht was aan [slachtoffer] te leveren.
- ii) bestaat er een causaal verband tussen het handelen en nalaten van de verdachte en het overlijden van [slachtoffer] , zoals vereist is voor een bewezenverklaring van ‘dood door schuld’ (feit 2)?
- iii) heeft de verdachte handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg verricht? En, als dat zo is, is daarbij de gezondheid van [slachtoffer] buiten noodzaak benadeeld, terwijl de verdachte wist dat dat kon gebeuren en terwijl die benadeling van de gezondheid de dood tot gevolg heeft gehad (feit 3)?
4.Vordering benadeelde partij
5.De beslissing
- verklaart [nabestaande] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
10 november 2025.