Eiser heeft op 11 juni 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiser beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 11 juli 2025. Het beroep is gegrond verklaard, waarna de rechtbank verweerder opdraagt binnen een nieuwe termijn uiterlijk 4 augustus 2026 een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53).