Eiseres heeft op 2 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken een besluit genomen, waardoor eiseres op 30 mei 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 9 mei 2025. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog uiterlijk 26 juni 2026 een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding.
Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling, waarna de rechtbank het onderzoek sloot en uitspraak deed op 7 oktober 2025.