Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn aanvraag van 22 december 2022 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 28 januari 2025. Eiser heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Omdat de wettelijke beslistermijn van maximaal 52 weken al meer dan 60 weken is verstreken, geldt een verkorte termijn van twee weken voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 10 september 2025.