ECLI:NL:RBMNE:2025:5842

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
24/4063
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering met betrekking tot medische en arbeidskundige rapportages

In deze zaak heeft eiser, die op 6 mei 2021 uitviel voor zijn werk, bezwaar gemaakt tegen de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling van het Uwv. Het Uwv had op 16 juni 2023 een WIA-uitkering toegekend op basis van 60,62% arbeidsongeschiktheid, maar na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 70,40%. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, waarbij hij aanvoert dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn klachten, waaronder post-covid klachten. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 18 april 2025 en 22 augustus 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van het Uwv. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig is uitgevoerd en dat de rapporten geen tegenstrijdigheden bevatten. Eiser heeft niet voldoende medische onderbouwing gepresenteerd om aan te tonen dat zijn arbeidsongeschiktheid hoger is dan vastgesteld. De rechtbank concludeert dat de arbeidsdeskundige de functies die aan eiser zijn aangeboden, passend heeft beoordeeld en dat er geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4063

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M.I. Bal)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.P. van de Berg)
Als derde-belanghebbende heeft aan de zaak deelgenomen:
[derde-belanghebbende], gevestigd in [vestigingsplaats]
(gemachtigde: L. Elders).

Inleiding

1. Eiser viel op 6 mei 2021 uit voor zijn werk als steller voor 40,92 uur per week. Met het besluit van 16 juni 2023 heeft het Uwv aan eiser met ingang van 4 mei 2023 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend, gebaseerd op 60,62% arbeidsongeschiktheid.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 2 mei 2024 (het
bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en eisers arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd naar 70,40.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep
gereageerd met een verweerschrift en met aanvullende reacties van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidskundige bezwaar en beroep.
4. De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld op 18 april 2025. Hieraan hebben
deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en namens het Uwv mr. [A] .
5. Omdat tijdens de zitting bleek dat de gemachtigde van eiser niet beschikte over het
verweerschrift met het daarbij behorende rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de rechtbank de zaak aangehouden.
6. De gemachtigde heeft in de brief van 8 augustus 2025 op het verweerschrift gereageerd.
7. De rechtbank heeft het beroep opnieuw op zitting behandeld op 22 augustus 2025.
Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv.

Beoordeling door de rechtbank

8. Eiser vindt dat het Uwv bij het vaststellen van zijn mate van arbeidsongeschiktheid
onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn klachten. De rechtbank beoordeelt in deze zaak of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser juist heeft vastgesteld op 70,40%. Daarbij gaat het om de medische toestand van eiser op 4 mei 2023 (de datum in geding).
Geheimhouding medische gegevens
9. Eiser heeft geen toestemming gegeven om zijn medische informatie te delen met de
derde-partij. In deze uitspraak zal dan ook zoveel mogelijk in algemene termen gesproken worden over medische gegevens om zo te voorkomen dat deze gegevens alsnog via deze uitspraak bekend worden gemaakt. Op sommige plekken is het noemen van medische gegevens echter noodzakelijk voor de begrijpelijkheid van de uitspraak
Beoordelingskader
10. De rechtbank stelt voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid
mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, wanneer deze op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. Het is aan eiser aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de genoemde eisen voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Om voldoende aannemelijk te maken dat de medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit betekent dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, niet voldoende is voor het aannemen van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid als daar geen medische onderbouwing voor is.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
11. Eiser is van mening dat de verzekeringsartsen zijn medische situatie onjuist hebben
beoordeeld omdat zij alleen maar een vergelijking hebben gemaakt met de medische beoordeling die heeft plaatsgevonden bij de eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb). Volgens eiser is een Wet WIA-beoordeling juist een afzonderlijke beoordeling en moet dit ook een nieuwe, volledige herbeoordeling zijn. De verzekeringsarts moet daarbij ook kijken of de aangenomen beperkingen bij EZWb juist en/of volledig zijn en dat is in deze zaak ten onrechte niet gebeurd. Wat in het bijzonder opvalt is dat uit de medische stukken blijkt dat er bij eiser sprake is van Post-covid klachten, wat volgens eiser in de beschouwingen van de verzekeringsartsen echter in zijn geheel niet terugkomt.
12. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen aan de
hiervoor genoemde voorwaarden voldoet. Dat deze artsen niet een zelfstandige beoordeling hebben gemaakt van eisers beperkingen en belastbaarheid maar alleen hebben gekeken naar de periode vanaf de EZWb is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, een volledige anamnese afgenomen en eiser gezien op een fysiek spreekuur. Tijdens dit spreekuur heeft een psychisch onderzoek plaatsgevonden. Ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossierstudie verricht en heeft eiser gesproken en gezien tijdens de hoorzitting. In zijn rapport vermeldt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiser corona doorgemaakt heeft en dat daardoor zijn duizeligheidsklachten zijn toegenomen. De Post-covid klachten zijn, anders dan eiser stelt, dus wel meegenomen in de beoordeling. Ook voor het overige is de rechtbank niet gebleken dat er door de verzekeringsartsen medische klachten zijn gemist of dat er te beperkt onderzoek heeft plaatsgevonden. Er staan geen tegenstrijdigheden in de rapporten en deze zijn voldoende begrijpelijk. Dat betekent dat het Uwv zich bij het bestreden besluit op deze rapporten mocht baseren.
De medische beoordeling
13. Eiser vindt dat hij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen. Hij vindt het
onnavolgbaar dat er wel een sterke beperking is aangenomen ten aanzien van omgaan met conflicten maar geen beperking ten aanzien van emotionele problemen hanteren en samenwerken. Dit terwijl hij juist is aangewezen op werkzaamheden die psychisch licht van aard zijn en deze rubrieken met elkaar te maken hebben. Dit geldt ook voor de beperking ten aanzien van voorspelbare werksituaties, die immers sterk gerelateerd is aan de beperking ten aanzien van storingen en onderbrekingen in het werk. Verder zijn er volgens eiser, gelet op zijn duizeligheid en medicatiegebruik, ten onrechte geen beperkingen aangenomen ten aanzien van verwondingsrisico en werken in gevaarlijke situaties.
14. Deze beroepsgronden slagen niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep merkt in zijn
rapport van 26 juli 2024 op dat, hoewel er overlap kan zijn tussen de beoordelingspunten conflicthantering en omgaan met emoties, het niet zo is dat als er een beperking op het ene beoordelingspunt is aangenomen, dit automatisch betekent dat er ook een beperking aangenomen wordt op de andere beoordelingspunten. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet met medische gegevens heeft onderbouwd waarom naast de beperking ten aanzien van omgaan met conflicten ook een beperking voor samenwerken en/of emotionele problemen hanteren moet worden aangenomen in verband met zijn psychische klachten. Daaraan voegt de rechtbank toe dat de CBBS-instructie bij de items emotionele problemen hanteren en samenwerken er juist op wijst dat deze twee items wel een overlap hebben maar juist geen overlap bestaat met omgaan met conflicten. In de rapporten van 18 april 2024 en 26 juli 2024 is de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingegaan op de duizeligheid van eiser en zijn medicatiegebruik. Hij heeft toegelicht dat de medicatie die eiser gebruikt niet gepaard gaat met een veiligheidswaarschuwing ten aanzien van persoonlijk risico (bijvoorbeeld met invloed op alertheid/rijvaardigheid). Dat er aanvullende beperkingen aangenomen moeten worden voor verwondingsrisico of voor het werken met machines blijkt ook niet uit de overige beschikbare medische gegevens.
De arbeidskundige beoordeling
15. Eiser is het niet eens met de arbeidskundige beoordeling. De functie administratief
ondersteunend medewerker met SBC-code 315100 vindt hij gezien de functieomschrijving en de functiebelasting ongeschikt, omdat in deze functies geen sprake is van werkzaamheden die psychisch licht van aard zijn. Eiser wijst er verder op dat hij voor hoofdbewegingen beperkt is ten aanzien van snel draaien naar, kort gezegd, linksboven. In alle geduide functies komt echter het maken van hoofdbewegingen als signalering naar voren en kan ook niet worden uitgesloten dat het (snel) naar linksboven kijken voorkomt. De arbeidsdeskundige heeft volgens eiser verder ten onrechte niet gemotiveerd waarom de functie productiemedewerker textiel, geen kleding met SBC-code 272043 geen overschrijding van de belastbaarheid oplevert ten aanzien van het werken met gevaarlijke machines.
16. De rechtbank wijst er allereerst op dat een arbeidsdeskundige (bezwaar en beroep) zelf
geen medisch onderzoek verricht en dus mag uitgaan van de juistheid van de beoordeling van een verzekeringsarts. Het behoort niet tot de taak van een arbeidsdeskundige om aan de hand van de functiebeschrijving zelf te toetsen of deze passend is binnen de beperkingen en belastbaarheid van eiser. Voor de arbeidskundige beoordeling zijn slechts de beperkingen relevant zoals die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML zijn aangenomen. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat de medische beoordeling juist is en dat ervan uit moet worden gegaan dat de beperkingen die in de FML van 29 mei 2023 zijn opgenomen juist zijn.
17. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige (bezwaar en beroep) voldoende
heeft uitgelegd waarom de functies geschikt zijn voor eiser. Voor de functie administratief ondersteunend medewerker heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegelicht dat alleen sprake is van telefonisch klantcontact, waarvoor eiser niet beperkt is. Deadlines en productiepieken zijn geen kenmerkende belasting in deze functie en eiser is ook niet beperkt voor storingen en onderbrekingen. Verder kan eiser wel omgaan met wisselende uitvoeringsomstandigheden of taakinhoud zolang dit geen wezenlijk onderdeel van de functie vormt. Deze functie heeft geen signalering gegeven op deze beperking, wat betekent dat er geen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid op dit punt en dat een nadere motivering niet hoeft te worden gegeven. In het rapport van 25 april 2024 is de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingegaan op het maken van hoofdbewegingen. In aanvulling hierop heeft hij in het rapport van 8 augustus 2024 nader toegelicht dat het in geen enkele functie noodzakelijk is het hoofd snel te draaien om de functie adequaat uit te kunnen voeren. Er zijn geen plotselinge prikkels rondom de werkplek waarop gereageerd moet worden en alle handelingen gebeuren in een beperkt werkvlek vóór de functionaris. Verder heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aangegeven dat in geen enkele functie meer dan 45 graden met het hoofd wordt gedraaid en dat lateroflexie en/of naar boven kijken in geen van de functies voorkomt. Deze toelichting is voor de rechtbank begrijpelijk. Over het gebruik van een naaimachine binnen de functie productiemedewerker textiel, geen kleding heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegelicht dat een naaimachine geen gevaarlijke machine is. Voorbeelden van gevaarlijke machines zijn hout- en metaalbewerking machines en snijmachines. Deze functie kent daarom geen kenmerkende belasting op het beoordelingspunt persoonlijk risico. De rechtbank vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een naaimachine had moeten worden aangemerkt als een gevaarlijke machine. De arbeidskundige gronden slagen niet.
Conclusie
18. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.H.L. Debets, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.