Uitspraak
allebei uit [plaats] (gemeente De Ronde Venen), eisers
Inleiding
- het dempen van een sloot tussen de twee percelen die zij in eigendom hebben. Het gaat om de percelen kadastraal geregistreerd als [nummer] en [nummer] ; en
- het graven van een nieuwe sloot ten zuiden van deze percelen, zodat de sloot hun percelen afbakent.
het primaire besluit) de aanvraag van eisers afgewezen. Eisers hebben bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 3 juni 2024 (
het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing gebleven. Tegen het bestreden besluit hebben eisers beroep ingesteld.
Overwegingen
De te dempen sloot heeft gedeeltelijk de bestemming ‘Bedrijf’ en gedeeltelijk de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden- Natuurwaarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5’.
De te graven sloot heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden- Natuurwaarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5’.
Op beide sloten zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone-veengebied kwetsbaar voor oxidatie’ en ‘overige zone-landbouwkerngebied’ van toepassing.
I. Het bestemmingsplan bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning waterlopen te verplaatsen [1] , tenzij de natuur- en landschapswaarden daardoor niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. [2] Er is volgens het college niet aan deze voorwaarde voldaan, omdat het verplaatsen van de sloot het karakteristieke slotenpatroon van de droogmakerij aantast. Het college heeft, gelet op het negatieve advies van zijn landschapsarchitect geen medewerking verleend aan afwijken van het bestemmingsplan.
II. Daarnaast is de aanvraag volgens het college in strijd met het bestemmingsplan, omdat bij het verplaatsen van de sloot veen naar de oppervlakte wordt gebracht, terwijl dit veengebied is aangeduid als kwetsbaar voor oxidatie. [3]
“
Indien de activiteit niet past binnen de door de raad gestelde kaders en geweigerd wordt om toepassing te verlenen van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo.”,
met de toelichting:
“
De door de raad gestelde kaders zijn duidelijk. De raad geeft op voorhand aan wat zij aanvaardbaar acht en wat niet. Als een activiteit duidelijk in strijd is met een kader, is er geen noodzaak om toestemming van de raad te vragen.”