ECLI:NL:RBMNE:2025:5710
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Recht op IVA-uitkering met terugwerkende kracht wegens onvoldoende motivering UWV
Eiser is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bevonden en ontvangt een IVA-uitkering vanaf 21 februari 2022. Hij betwist echter de ingangsdatum en stelt dat hij al eerder, namelijk per 23 januari 2021, duurzaam arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid op die datum niet duurzaam zou zijn, met name vanwege het ontbreken van concrete informatie over de revalidatie en de te verwachten effecten daarvan.
Het UWV heeft een herstelpoging gedaan door een aanvullende motivering van de verzekeringsarts te overleggen, waarin werd gesteld dat verbetering mogelijk was omdat eiser kort na het trauma in revalidatie was gegaan. De rechtbank oordeelt echter dat deze motivering onvoldoende is, omdat geen informatie van behandelend artsen is opgevraagd en niet is toegelicht waaruit de revalidatie bestond en waarom dit tot verbetering kon leiden.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Zij bepaalt dat eiser met ingang van 23 januari 2021 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak komt in de plaats van het vernietigde besluit, waarmee een definitief einde aan het geschil wordt gemaakt.
Uitkomst: Eiser krijgt met terugwerkende kracht vanaf 23 januari 2021 recht op een IVA-uitkering wegens volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.