Eiser stelde beroep in tegen het besluit van Dienst Toeslagen waarbij de definitieve huurtoeslag over 2021 werd vastgesteld op een lager bedrag dan het voorschot, met terugvordering van teveel ontvangen toeslag.
Dienst Toeslagen heeft later het besluit aangepast en het oorspronkelijke voorschotbedrag van €2.321 toegekend, waardoor de terugvordering kwam te vervallen. Eiser heeft niet gereageerd op verzoeken van de rechtbank om zijn procesbelang aan te tonen en is niet verschenen op de zitting.
De rechtbank oordeelt dat procesbelang ontbreekt omdat eiser geen feitelijk belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en draagt zij op tot vergoeding van het betaalde griffierecht door Dienst Toeslagen.
Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, en er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter A.M. den Dulk op 8 oktober 2025 te Utrecht.