ECLI:NL:RBMNE:2025:559
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen betaald parkeren in Zeist wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het Aanwijzingsbesluit tot het instellen van een zone met betaald parkeren in een straat in Zeist. Het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft het besluit tot invoering van betaald parkeren uitgesteld tot 1 april 2025 om de bezwaarprocedure zorgvuldig te kunnen afhandelen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Gezien het uitstel en de toezegging dat het bezwaar voor 1 april 2025 wordt behandeld, ontbreekt een spoedeisend belang. Het feit dat het college voorbereidingen treft, zoals het bestellen van borden en plaatsen van parkeerautomaten, vormt geen onomkeerbare maatregel en rechtvaardigt geen spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het instellen van betaald parkeren wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.