Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit omtrent de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank had het beroep op 20 augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht te laat was voldaan.
Opposant diende hiertegen verzet in. De rechtbank onderzocht of de eerdere uitspraak in stand kon blijven. Gezien recente bezorgproblemen bij PostNL en de toelichting van opposant kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat de aangetekende brief van 5 juli 2024 daadwerkelijk was ontvangen.
Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank zal de behandeling van het beroep voortzetten. Er is geen proceskostenvergoeding toegewezen omdat opposant de ontvangst van de brief betwistte en direct na ontvangst van de griffierechtnota betaalde.