In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, die op 6 mei 2025 de Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaring [straat] 2025 heeft vastgesteld. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze beleidsregels, maar het college heeft dit bezwaar op 15 juli 2025 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen mogelijkheid is om bezwaar te maken tegen een beleidsregel. Eiser heeft vervolgens op 23 augustus 2025 beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan, waarbij het beroep kennelijk ongegrond is verklaard. De voorzieningenrechter is onbevoegd om te oordelen over het verzoek om voorlopige voorziening, omdat er geen besluit is genomen dat onder de reikwijdte van de Algemene wet bestuursrecht valt. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het geschil over cameratoezicht niet bij de bestuursrechter hoort, maar bij de burgerlijke rechter. Eiser kan deze procedure zelf aanhangig maken. De rechtbank heeft bepaald dat het griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening aan eiser wordt terugbetaald en dat er geen proceskostenveroordeling plaatsvindt.