Betrokkene, lijdend aan schizofrenie en reeds langdurig behandeld met medicatie zonder voldoende effect, diende een klacht in tegen het toedienen van clozapine als verplichte zorg. De rechtbank had eerder een zorgmachtiging verleend waarin het toedienen van medicatie was opgenomen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 september 2025 werd vastgesteld dat clozapine het laatste redmiddel is bij deze stoornis, ondanks de ernstige bijwerkingen die betrokkene ervaart, zoals stemmingen, vermoeidheid, seksuele problemen en pijn in de benen. De rechtbank erkent deze bijwerkingen als een ernstige inbreuk op het leven van betrokkene, maar vindt dat deze niet opwegen tegen de mogelijke positieve effecten gezien de ernst van de situatie.
De medicatie moet binnen drie weken na de zitting effect tonen, anders wordt de behandeling gestaakt. Betrokkene ervaart ook problemen met de toedieningswijze via injecties, maar weigert orale medicatie. De rechtbank acht het aannemelijk dat de weigering mede voortkomt uit de stoornis, ondanks betrokkene's religieuze overtuigingen.
De rechtbank verklaart de klacht ongegrond en wijst het verzoek tot schorsing van de beslissing af, omdat betrokkene geen belang meer heeft bij schorsing nu de klacht is beoordeeld. De uitspraak is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2025.