ECLI:NL:RBMNE:2025:5496

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
11474763
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling resterende factuur rijexamens

Eiser heeft een vordering ingesteld tot betaling van het niet-betaalde deel van een factuur voor door haar aangevraagde rijexamens namens gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij slechts voor een deel van de examens heeft betaald en geen opdracht heeft gegeven voor de overige examens. Tijdens de mondelinge behandeling was eiser niet aanwezig en heeft zij niet gereageerd op het verweer van gedaagde.

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde reeds een bedrag van € 875,00 heeft betaald voor vijf spoedexamens B en dat eiser geen bewijs heeft geleverd dat er meer verschuldigd is. Ook is niet vastgesteld dat er btw over de rijexamens verschuldigd is. Hierdoor worden de vorderingen van eiser afgewezen.

Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op € 813,00, inclusief nakosten. Deze kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook geldt bij hoger beroep.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11474763 \ UC EXPL 25-45
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] , HANDELENDE ONDER DE NAAM [handelsnaam 1],
woonachtig in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon (voorheen: gemachtigde mr. [A] ),
tegen
[gedaagde] , (MEDE) HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam 2],
woonachtig in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.J.K. de Graaf.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 januari 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van 19 april 2025, met producties,
- de e-mail van 2 april 2025, waarin [onderneming] zich onttrekt als gemachtigde van [eiser] ,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 22 september 2025. Daarbij waren [gedaagde] aanwezig met zijn gemachtigde mr. A.J.K. de Graaf. Namens [eiser] was niemand aanwezig, ondanks dat zij op de juiste manier is opgeroepen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiser] eist in deze rechtszaak betaling van het niet betaalde deel van een factuur voor door haar voor [gedaagde] aangevraagde rijexamens. [gedaagde] betwist dat hij nog iets verschuldigd is en heeft dat in de conclusie van antwoord en bij de mondelinge behandeling uitgelegd. [eiser] is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en heeft niet op het verweer van [gedaagde] gereageerd. De kantonrechter wijst de vorderingen daarom af.

3.De beoordeling

De vorderingen van [eiser] worden afgewezen
3.1.
De factuur van [eiser] vermeldt:
3.2.
[eiser] stelt dat na een gedeeltelijke betaling door [gedaagde] nog € 5.102,40 van deze factuur openstaat en eist betaling van dat bedrag, plus kosten en rente.
Het verweer van [gedaagde] slaagt
3.3.
[gedaagde] stelt dat hij 5 van de 26 op de factuur genoemde spoedexamens B heeft afgenomen en dat hij [eiser] daarvoor € 875,00 heeft betaald. Hij voert ook aan dat hij nooit eerder een factuur heeft ontvangen van [eiser] , dat hij eerder steeds contant € 175,00 voor een B-examen aan [eiser] betaalde, en dat er geen btw verschuldigd is over rijexamens. Verder stelt hij dat hij geen opdracht heeft gegeven voor het inboeken van de andere examens.
3.4.
[eiser] is, hoewel zij daarvoor is uitgenodigd, niet naar de mondelinge behandeling gekomen, en heeft alles wat [gedaagde] aanvoert niet betwist. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat [gedaagde] meer moet betalen dan de € 875,00 waarvan vast staat dat hij die al heeft betaald. Dat betekent dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] moet afwijzen.
[eiser] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.5.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
813,00
Uitvoerbaar bij voorraad
3.6.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.