ECLI:NL:RBMNE:2025:5444

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
593035 JE RK 25-683
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verbetering van de beschikkingsdatum in een familierechtelijke zaak

In deze zaak heeft de moeder op 31 juli 2025 de rechtbank verzocht om de beschikking van 9 juli 2025 te verbeteren. De rechtbank heeft de vader en de gecertificeerde instelling (GI) de gelegenheid gegeven om op dit verzoek te reageren, maar zij hebben hier geen gebruik van gemaakt. De moeder stelt dat de datum van de beschikking moet worden aangepast naar 31 juli 2025, omdat de beschikking pas op die datum aan partijen is kenbaar gemaakt. De rechtbank wijst het verzoek tot verbetering af, omdat er volgens de rechtbank geen sprake is van een kennelijke fout. De beschikking is gedagtekend op 9 juli 2025, en de rechtbank oordeelt dat de uitspraak op die datum is gedaan, ondanks het feit dat de griffie verzuimd heeft om tijdig een afschrift van de beschikking aan de belanghebbenden te sturen. De rechtbank benadrukt dat de vereisten voor openbaarmaking van de uitspraak zijn nageleefd, aangezien de beschikking op de griffie aanwezig was en partijen op de hoogte waren van de datum waarop zij een afschrift konden verkrijgen. De rechtbank bevestigt dat het verzoek om de datum van de beschikking te verbeteren wordt afgewezen, en deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/593035 / JE RK 25-683
Beschikking van
20 oktober 2025
in de zaak van:
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.M. Beuwer,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.De verdere procedure

1.1.
De moeder heeft de rechtbank op 31 juli 2025 verzocht de beschikking van deze rechtbank van 9 juli 2025 te verbeteren.
1.2.
De rechtbank heeft de vader en de GI in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek tot het geven van een herstelbeschikking. Zij hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
De moeder vraagt om de datum van de beschikking te verbeteren. In de ondertekening van de beslissing staat ‘deze beslissing is gegeven door mr. H.E. Spruit, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025’. De beschikking is echter pas op 31 juli 2025 aan partijen kenbaar gemaakt. De datum van de beschikking moet daarom 31 juli 2025 zijn en niet 9 juli 2025.
2.2.
De rechtbank wijst het verzoek tot verbetering af. De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in zijn beschikking verbeteren. Van een kennelijke fout is sprake als voor partijen en anderen direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een kennelijke fout.
2.3.
De beschikking in deze zaak is gedagtekend op 9 juli 2025. Vast staat dat de beschikking niet op die dag, maar (pas) op 31 juli 2025 door de griffie aan partijen is verzonden. De vraag is, of dit betekent dat niet op 9 juli 2025, maar op 31 juli 2025 uitspraak is gedaan. De rechtbank is van oordeel van niet.
2.4.
Op grond van (onder andere) artikel 29 lid 1 Rv geschiedt de uitspraak in het openbaar. Aan dat vereiste is ook voldaan als de uitspraak in geschreven vorm op de griffie aanwezig is vanaf een bepaalde, aan partijen tevoren bekendgemaakte dag en zowel partijen als derden een afschrift van die beschikking kunnen verkrijgen (zie Hoge Raad 21 april 2023, ECL:NL:2023:658). Aan dit vereiste was voldaan op 9 juli 2025. De kinderrechter heeft op de mondelinge behandeling van 11 juni 2025 immers aangekondigd vier weken na de zitting een beslissing te nemen. Partijen wisten dus dat zij vanaf vier weken ná 11 juni 2025 een afschrift van die beschikking konden krijgen.
2.5.
De griffie van de rechtbank heeft vervolgens verzuimd aan de verplichting van artikel 290 lid 3 Rv om aan belanghebbenden zo spoedig mogelijk een afschrift van de beschikking te sturen. Dit verzuim kan echter niet met het wijzigen van de datum van de uitspraak recht worden gezet.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om de beschikking van 9 juli 2025 te verbeteren af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. H.E. Spruit, kinderrechter, in samenwerking met mr. A. Minkjan als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025 door mr. N. Chedra, kinderrechter.