ECLI:NL:RBMNE:2025:542
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening tegen waarschuwing preventieve stillegging werk
De zaak betreft een herhaald verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen een waarschuwing voor preventieve stillegging van werk door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het primaire besluit dateert van 1 oktober 2024 en is door verzoekster aangevochten met een eerste verzoek om voorlopige voorziening dat op 4 november 2024 werd afgewezen.
Verzoekster diende op 13 januari 2025 een herhaald verzoek in, waarbij zij stelde dat het besluit evident onrechtmatig is en spoedeisendheid en belangen een toewijzing rechtvaardigen. De voorzieningenrechter oordeelt dat een herhaald verzoek alleen kan slagen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die bij het eerdere verzoek niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster geen nieuwe feiten heeft aangedragen en dat ook de nadere toelichting op het standpunt omtrent evidente onrechtmatigheid onvoldoende is om het verzoek toe te wijzen. De minister heeft gereageerd op vragen over recidive, maar dit leidt niet tot een duidelijke onrechtmatigheid van het besluit. De spoedeisendheid en belangenafweging rechtvaardigen eveneens geen voorlopige voorziening.
Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten en evidente onrechtmatigheid.