ECLI:NL:RBMNE:2025:5416
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.J. Woutersen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen niet-toepassing hardheidsclausule bij huurtoeslag
Eiser kreeg vanwege ongedierte en gebreken in zijn huurwoning een huurprijsverlaging opgelegd door de kantonrechter, wat leidde tot een lagere huurtoeslag. De Dienst Toeslagen vorderde het teveel ontvangen bedrag terug, wat door de rechtbank werd bevestigd. Tegelijkertijd verzocht eiser de minister om toepassing van de hardheidsclausule, zodat in zijn geval van de regels kon worden afgeweken. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule een verzoek om het maken van een beleidsregel betreft, waartegen geen bezwaar openstaat. Eiser stelde ten onrechte dat sprake was van een beschikking waartegen bezwaar mogelijk is. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat geen bezwaar of beroep openstaat tegen de afwijzing van het verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak bevestigt dat de hardheidsclausule in de Awir niet bedoeld is om een individuele rechtsgang te creëren en dat de minister discretionair kan beslissen over het maken van beleidsregels.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.