ECLI:NL:RBMNE:2025:5401

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
15 oktober 2025
Zaaknummer
25/2108
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht door eiseres

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen, maar heeft het vereiste griffierecht van €53,- niet betaald. De rechtbank heeft eiseres op 21 augustus 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, waarbij is gewezen op de consequentie van niet-betaling: niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De aangetekende brief is op 26 augustus 2025 door eiseres ontvangen, maar betaling bleef uit. Eiseres heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Daarom is de rechtbank niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank wijst tevens af dat proceskosten worden vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 14 oktober 2025 en schriftelijk aan partijen verzonden. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2108

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 21 augustus 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in die brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Deze brief is volgens de track and trace afgehaald bij het PostNL-punt op 26 augustus 2025.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet of niet tijdig ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.