ECLI:NL:RBMNE:2025:5396
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning door burgemeester
De burgemeester van Almere heeft op 4 september 2025 besloten de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde eerst of er sprake was van een spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat hij hard geraakt zou worden door de sluiting, mede vanwege de situatie op de huizenmarkt, een brief van de verhuurder waarin gevraagd werd de huur vrijwillig op te zeggen, en zijn situatie onder bewind. Echter, verzoeker onderbouwde dit niet nader en vroeg pas op 10 september een voorlopige voorziening aan, terwijl het besluit op 4 september was genomen. Bovendien gaf verzoeker aan bij zijn moeder te gaan logeren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was en dat het besluit niet evident onrechtmatig was. Zonder spoedeisend belang en zonder evident onrechtmatigheid kan een voorlopige voorziening niet worden toegekend. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en afwezigheid van evident onrechtmatigheid.