ECLI:NL:RBMNE:2025:526

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2025
Publicatiedatum
18 februari 2025
Zaaknummer
UTR 24/6008
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen kinderopvangtoeslag

De zaak betreft een beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder een beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen. Verweerder nam uiteindelijk een besluit op bezwaar, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, gelet op de ingediende stukken. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Verweerder heeft geen bezwaar tegen vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €453,50 aan proceskosten, berekend op basis van de bijstand door een gemachtigde en een wegingsfactor. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €51,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden.

De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 10 februari 2025, zonder dat partijen werden uitgenodigd voor een zitting.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6008

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2025 in de zaak tussen

[verweerster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. W. Kort),
en

Dienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 17 september 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 9 oktober 2022 tegen de definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A).
Bij uitspraak van 5 maart 2024 (UTR 23/2483) heeft deze rechtbank een eerder beroep tegen het niet tijdig beslissen van eiseres gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit op bezwaar te nemen.
Verweerder heeft op 25 november 2024 alsnog een besluit genomen op het bezwaar van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft op 29 januari 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.