ECLI:NL:RBMNE:2025:5240

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 25/4659
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.4 WooArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek met oplegging dwangsom

Eiseres heeft op 17 april 2025 een verzoek om informatie ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder, de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken een besluit genomen. Hoewel verweerder de termijn heeft verlengd vanwege de omvang van het verzoek en de gevoeligheid ervan, is geen nieuwe beslistermijn met eiseres overeengekomen.

Eiseres heeft verweerder op 16 juli 2025 in gebreke gesteld, waarna de rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is overschreden. Verweerder verzocht om een verlenging van de beslistermijn tot zes weken na de uitspraak, vanwege de complexiteit en politieke gevoeligheid van het verzoek.

De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van € 194 aan eiseres vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff op 2 oktober 2025 te Utrecht, zonder zitting. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4659

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 1 augustus 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie, van 17 april 2025, op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 3 september 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft op 17 april 2025 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op het verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Bij brief van 11 mei 2025 heeft verweerder aangegeven dat de termijn van vier weken niet haalbaar is door de omvang van het verzoek. Op 16 mei 2025 is verweerder in gesprek gegaan met eiseres om het verzoek te specificeren. Hierbij is afgesproken dat verweerder contact zal opnemen met eiseres over het verdere verloop en het eventueel nemen van deelbesluiten. Op 28 mei 2025 heeft verweerder een uiteenzetting van dit gesprek per e-mail naar eiseres verzonden. Bij de brief van 26 juni 2025 is door eiseres gesteld dat zij, na ontvangst van de uiteenzetting, niks meer van verweerder heeft vernomen. Verweerder heeft geen nieuwe termijn met eiseres afgesproken voor het nemen van het besluit. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen voorbij is. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 16 juli 2025 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 3 september 2025 aan dat gezien de omvang van het verzoek en de verplichting voor het opvragen van zienswijze, de standaardtermijn van twee weken niet haalbaar is. Omdat het Woo-verzoek is aangemerkt als een politiek gevoelig en mediagevoelig verzoek, neemt de accordering van het besluit ook meer tijd in beslag dan normaal gesproken het geval is. Verweerder verzoekt met toepassing van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb tot een termijn van zes weken voor het bekendmaken van het besluit. Gelet op de omstandigheden die verweerder noemt, stelt de rechtbank de beslistermijn vast op zes weken na verzending van deze uitspraak.
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
6. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
8. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,- aan haar moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.