Eiseres heeft op 17 april 2024 een aanvraag ingediend bij de Dienst Toeslagen voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken een besluit genomen, waardoor eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd op 10 juli 2025. Na het verstrijken van twee weken heeft eiseres op 14 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen binnen een nadere beslistermijn die loopt tot uiterlijk 11 juni 2026, conform de eerdere uitspraak van 25 juli 2025 waarin een termijn van 60 weken na de wettelijke beslistermijn is vastgesteld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,-. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek is gesloten en de uitspraak is gedaan op 16 september 2025.