Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 september 2025;
- een bericht van de vader, binnengekomen op 16 september 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen die opgroeien in een situatie met onrust, spanning en toenemende dreiging tussen verschillende volwassenen. De kinderen wonen bij hun moeder, waarbij de vader en moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over twee van hen, en de moeder alleen over de jongste.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader steunde het verzoek, de moeder stond er achter hoewel zij het liever niet wilde. De kinderen worden geconfronteerd met spanningen tussen de ouders en de nieuwe partner van de moeder, die de vader kent uit diens detentieperiode. De vader keurt deze relatie af, wat de spanningen verhoogt.
De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de kinderen acuut en ernstig wordt bedreigd. Vrijwillige hulp is onvoldoende gebleken en daarom is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om de veiligheid en het welzijn van de kinderen te waarborgen. De gecertificeerde instelling zal de situatie monitoren en passende hulpverlening inzetten. De ondertoezichtstelling geldt voor drie maanden, tot 19 december 2025.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht voor drie maanden wegens een onveilige en gespannen thuissituatie.