ECLI:NL:RBMNE:2025:512
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruiming ligplaats en woonark wegens onvoldoende spoedeisend belang
In deze kort geding procedure eiste eiseres betaling van een huurachterstand van €10.596,90 en ontruiming van een ligplaats met woonark door gedaagde. De kantonrechter oordeelde dat een ontruimingsvordering in kort geding alleen toewijsbaar is wanneer het spoedeisend belang voldoende is en aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden beëindigd.
Eiseres stelde dat de oplopende huurachterstand een spoedeisend belang vormde, maar dit werd onvoldoende geacht omdat geen bijzonder belang bij onmiddellijke ontruiming was gesteld en niet was aangetoond dat gedaagde niet zou kunnen betalen. Gedaagde voerde als verweer dat hij de huur opschort vanwege gebreken aan het dak en de niet-vervanging van een kapotte wasmachine, wat een inhoudelijke discussie opleverde die nader onderzoek in een bodemprocedure vereist.
De kantonrechter vond het ook onduidelijk of gedaagde huurbescherming geniet voor de woonark, maar dit bleef in dit kort geding onbesproken. De vorderingen tot ontruiming en betaling van de huur werden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en onduidelijkheid over opschorting. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, waaronder €50 aan verletkosten voor gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.