ECLI:NL:RBMNE:2025:5072
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst winkelruimte en afwijzing verrekeningsverweer
In deze zaak vordert eiseres betaling van openstaande bedragen uit hoofde van een overeenkomst waarbij winkelruimte aan gedaagde ter beschikking is gesteld. De overeenkomst is per 31 oktober 2024 beëindigd, maar gedaagde heeft de maandelijkse vergoedingen over augustus tot en met oktober 2024 en een negatieve omzetafrekening niet voldaan.
Gedaagde heeft een verrekeningsverweer gevoerd op grond van vermeende schade door de beëindiging van de overeenkomst en een andere overeenkomst met eiseres. Dit verweer is echter onvoldoende onderbouwd met enkel eigen overzichten en orderbevestigingen, waardoor het niet kan worden aangenomen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €5.121,04, de wettelijke handelsrente, en buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke maximum. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande bedragen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten; verrekeningsverweer wordt afgewezen.