Partijen zijn in 2017 in Marokko getrouwd en in 2023 gescheiden door een Marokkaanse rechtbank, waarbij het gezag over de kinderen aan de moeder is toegekend. De moeder wil met de kinderen naar Marokko emigreren en vordert vervangende toestemming voor deze verhuizing en vrijstelling van de inschrijvingsplicht voor school.
De vader verzet zich tegen deze vorderingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak te complex is voor een kort geding, omdat eerst moet worden vastgesteld wie het gezag over de kinderen heeft en of de Nederlandse rechter de Marokkaanse gezagsbeslissing erkent. Dit vereist een zorgvuldige belangenafweging die in een bodemprocedure met drie rechters plaatsvindt.
De moeder heeft geen uitzonderlijke omstandigheden gesteld die een kort geding rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt de moeder veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter benadrukt dat de advocaat van de moeder haar beter had moeten adviseren om een bodemprocedure te starten.