Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: [verdachte] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
A: [slachtoffer] is seksueel betast of aangerand op heel jonge leeftijd al. [2]
A: Wat ik van haar begrijp is het nooit helemaal gestopt. Twee jaar geleden, in juli 2019, zijn wij verhuisd van [plaats 1] naar [plaats 2] . [slachtoffer] was 11 jaar toen wij zijn verhuisd. Het structurele misbruik vond plaats in de tijd dat wij nog in [plaats 1] woonden. In de periode na ons verhuizen zijn er wel momenten geweest dat ze samenkwamen, [verdachte] en [slachtoffer] , maar dat was wel minder geworden door de verhuizing. Dat was niet meer structureel zoals voor de verhuizing. Voor de verhuizing woonden wij allemaal in [plaats 1] en kwamen ze vaak bij elkaar, wekelijks.
A: Wat [slachtoffer] heeft aangegeven is het gebeurd in het huis bij de opa en oma van [slachtoffer] . Het adres is [adres 2] [plaats 1] . Het is gebeurd op de [adres 1] [woonplaats] het huis van [C ] en [verdachte] . En het is buiten gebeurd in Nieuwengein, waar precies dat weet ik niet.
V: Wat heeft [slachtoffer] aan u verteld over de seksuele handelingen?
A: Dat ze uit gekleed moest worden. Hij heeft haar overal betast. Hij heeft met zijn vinger in haar vagina gezeten. Ze vroeg aan mij of ik nog wist dat zij een schaafwond op haar rug had. Ik kon mij dat nog herinneren. [slachtoffer] vertelde dat zij toen bij [verdachte] op de slaapkamer bij mijn schoonouders was en dat hij toen iemand aan hoorde komen en dat [slachtoffer] toen een duw kreeg van [verdachte] . Zij was toen ergens tegen aangevallen waardoor ze een schaafplek op haar rug had gekregen. In de avond heb ik dat toen ook gezien en ik vroeg ook aan haar hoe zij daaraan kwam. [slachtoffer] had toen gezegd dat zij was gevallen. Wanneer dat was dat weet ik niet meer.
A: Haar vagina was heel vaak rood en zij had vaak buikpijn. [4]
A: Dat heb ik aan haar gevraagd. Het was weer wat weggestopt na het verhuizen.
A: ja, hij sloeg wel eens op m’n kont. [8]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een werkstraf van 80 (tachtig) uren;
2 (twee) jaarvast;
stelt als algemene voorwaarden dat [verdachte] :
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
stelt als bijzondere voorwaarde dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 8.000,00 (achtduizend euro);
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2018 tot de dag van de volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 8.000,00 (achtduizend euro) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen gijzeling;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, te openen rekening met een BEM-clausule.