Eiseres heeft op 22 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig een besluit genomen op deze aanvraag. Eiseres stelde verweerder op 30 mei 2025 in gebreke, waarna zij op 20 juni 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de wettelijk bepaalde termijn een besluit te nemen, met een uiterste datum van 16 juli 2026. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag dat verweerder te laat is, met een maximum van €15.000.
Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€53). De uitspraak is gedaan door rechter Vollebregt-Kuipers op 10 september 2025.