Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 12 januari 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 18 juli 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en bepaalt dat verweerder uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag overschrijding.
De rechtbank volgt het beleid van de rechtspraak en wijkt af van een hoger voorgesteld dwangsombedrag vanwege het ontbreken van weigerachtigheid bij verweerder. Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en uitgesproken op 27 augustus 2025. Eiseres kan tegen deze uitspraak in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.