ECLI:NL:RBMNE:2025:4951
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Eiseres viel op 3 mei 2023 ziek uit en was werkzaam als algemeen winkelmedewerker. Haar arbeidsovereenkomst eindigde op 29 februari 2024, waarna zij ziek uit dienst ging. Het UWV stelde in de eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat zij met passende functies 100% van haar oude loon kan verdienen. Op basis hiervan beëindigde het UWV haar Ziektewet-uitkering per 13 augustus 2024. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd. Eiseres voerde aan dat haar long-covid klachten, waaronder PEM, een verdere urenbeperking vereisten. Zij overlegde medische verklaringen van diverse specialisten. De verzekeringsarts van het UWV stelde echter dat uit de medische stukken niet blijkt dat zij long-covid heeft en dat haar klachten passen bij obstructieve slaapapneu, waarvoor een CPAP is voorgeschreven. De rechtbank vond de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
Ook de arbeidskundige beoordeling, waarin passende functies werden geduid die binnen haar beperkingen passen, werd door de rechtbank aanvaard. Omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat de medische en arbeidskundige beoordelingen onjuist waren, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Hierdoor blijft het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering.