Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:4937

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
16 september 2025
Zaaknummer
11879000
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis wegens WSNP-moratoriumverzoek

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een executiegeschil betreffende de ontruiming van een huurwoning. Bij verstekvonnis was de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen. Eiser vorderde schorsing van de ontruiming wegens een vermeende noodtoestand door medische omstandigheden en een ingediend moratoriumverzoek in het kader van de WSNP.

De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende onderbouwing was geleverd voor een noodtoestand, mede omdat geen doktersverklaring of concrete operatiedatum was overgelegd. Het risico van dakloosheid was reeds meegewogen in het eerdere vonnis. Wel werd erkend dat het moratoriumverzoek vandaag door de insolventierechter werd behandeld, waardoor de mogelijkheid bestaat om een voorlopige voorziening te verkrijgen.

Daarom werd de tenuitvoerlegging geschorst tot de insolventierechter uitspraak heeft gedaan over het moratoriumverzoek. Het verzoek tot een verbod op ontruiming gedurende acht weken werd afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €678. De uitspraak werd mondeling gedaan door kantonrechter Berendsen.

Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst tot uitspraak van de insolventierechter over het moratoriumverzoek; het verbod op ontruiming wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11879000 \ LV EXPL 25-33
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 16 september 2025
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eiseres sub 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s.,
gemachtigde: Koppert Legal,
tegen
WOONSTICHTING CENTRADA,
te Lelystad,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Centrada,
procederend in persoon.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Lelystad.
De zaak wordt behandeld door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, bijgestaan door
mr. A. Beekhof als griffier.
Aanwezig zijn:
  • [eiser sub 1] , voornoemd;
  • [A] , werkzaam bij het kantoor van mr. Koppert;
  • [B] ;
  • [C] , werkzaam bij Centrada;
  • [D] , werkzaam bij Centrada.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Bij verstekvonnis van 4 juni 2025 met kenmerk 11698599 LC EXPL 25-1078 heeft de kantonrechter van deze rechtbank op vordering van [eiser sub 1] c.s. – kort gezegd – de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] ontbonden en is [eiser sub 1] c.s. veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen.
1.2.
De ontruiming van het gehuurde staat gepland voor 17 september 2025. In dit kort geding vordert [eiser sub 1] c.s. – kort gezegd – Centrada te verbieden om binnen acht weken tot ontruiming over te gaan op straffe van een dwangsom.
1.3.
De kantonrechter beoordeelt de vordering aan de hand van de door de Hoge Raad in het arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026) gegeven criteria. Er is sprake van een onherroepelijke uitspraak. De veroordeling waarvan de tenuitvoerlegging ter discussie staat, is definitief. In zo’n geval bestaat alleen grond voor schorsing van de tenuitvoerlegging in geval van – kort gezegd – misbruik van bevoegdheid. De rechter kan slechts staking van de tenuitvoerlegging van een vonnis bevelen, als hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van die bevoegdheid. Dat zal het geval kunnen zijn als 1) het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, of 2) als de ontruiming op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
1.4.
[eiser sub 1] c.s. doet geen beroep op juridische of feitelijke misslagen in het verstekvonnis. Beoordeeld moet dus worden of er sprake is van na het verstekvonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten die bij [eiser sub 1] c.s. een noodtoestand doen ontstaan, waardoor onverwijlde executie niet kan worden aanvaard.
1.5.
[eiser sub 1] c.s. stelt dat [eiser sub 1] tot 11 september 2025 meermaals kortdurend in het ziekenhuis heeft gelegen vanwege hartproblemen. Zijn hart zou niet juist pompen en het zwaar hebben. Medicatie is opgestart en moet nog opgebouwd worden. Op korte termijn worden meerdere operatieve ingrepen verwacht. Er was geen tijd om een doktersverklaring te overleggen, maar de gemachtigde van [eiser sub 1] c.s. heeft contact gehad met de arts van [eiser sub 1] . De arts adviseert de ontruiming uit te stellen met acht weken. Een en ander levert volgens [eiser sub 1] c.s. een noodtoestand op.
1.6.
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een noodtoestand. Redengevend daarvoor is dat een nadere onderbouwing van de medische situatie van [eiser sub 1] ontbreekt. Schriftelijke stukken, zoals een doktersverklaring, zijn niet overgelegd. Ook een operatiedatum is niet bekend. Verder is onvoldoende aangetoond dat een ontruiming nadelige gevolgen heeft voor de medische situatie van [eiser sub 1] . Dat ontruiming mogelijk tot dakloosheid zal leiden, is een omstandigheid die de kantonrechter al heeft meegewogen in het ontruimingsvonnis. De conclusie is dat niet gebleken is van een noodtoestand, en dat Centrada daarom geen misbruik van bevoegdheid maakt door het ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen.
1.7.
[eiser sub 1] c.s. heeft verder aangevoerd dat er een moratoriumverzoek is ingediend in het kader van de WSNP als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet. Ter zitting is duidelijk geworden dat het moratoriumverzoek vandaag, 16 september 2025 om 13:30 uur, door de rechtbank wordt behandeld. Dit betekent dat voor [eiser sub 1] c.s. de mogelijkheid openstaat om nog vóór de geplande ontruiming op 17 september 2025 een voorlopige voorziening van de insolventierechter te krijgen. In die procedure kunnen bedreigende situaties, zoals een woningontruiming, met spoed ter toetsing worden voorgelegd aan de insolventierechter die is belast met de beoordeling van de WSNP-aanvraag. Omdat niet is gebleken dat in die procedure niet tijdig kan worden beslist, is voor de voorzieningenrechter in kort geding, als restrechter in civiele zaken, verder geen rol weggelegd. Ook in zoverre is de vordering dus niet toewijsbaar.
1.8.
Voor het geval dat de insolventierechter vandaag, 16 september 2025, geen uitspraak doet op het moratoriumverzoek, dan zal de kantonrechter de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis schorsen tot het moment dat de insolventierechter uitspraak heeft gedaan op dit verzoek. Het verbod om de ontruiming gedurende een periode van acht weken uit te voeren onder verbeurte van een dwangsom wordt afgewezen.
1.9.
[eiser sub 1] c.s. wordt in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van Centrada worden begroot op:
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
Totaal
678,00

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
schorst de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 4 juni 2025 met kenmerk 11698599 LC EXPL 25-1078 tot het moment dat de insolventierechter uitspraak heeft gedaan op het door [eiser sub 1] c.s. gedane moratoriumverzoek in het kader van de WSNP als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet;
2.2.
wijst het meer of anders gevorderde af;
2.3.
veroordeelt [eiser sub 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.