De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar, waarvan de tenuitvoerlegging in 2014 is gestart. De officier van justitie verzocht herhaaldelijk om uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) omdat er nog geen geschikte plaats was gevonden in een forensisch psychiatrische kliniek, een noodzakelijke voorwaarde voor de VI.
De rechtbank hield op 28 augustus 2025 een openbare zitting waarbij diverse betrokkenen, waaronder de officier van justitie, de veroordeelde met zijn raadsman en reclasseringsmedewerkers, werden gehoord. Uit rapporten en adviezen bleek dat er nog bestuurlijk overleg plaatsvindt over de definitieve opname in de kliniek, ondanks een positief intakeadvies.
De verdediging wilde een korter uitstel van 180 dagen om de situatie tussentijds te kunnen herbeoordelen, maar de rechtbank achtte het aannemelijk dat plaatsing meer tijd vergt. Gezien het recidiverisico en het ontbreken van een alternatieve passende plaats, besloot de rechtbank het uitstel van de VI toe te wijzen voor maximaal 365 dagen, met het uitgangspunt dat dit niet langer duurt dan strikt noodzakelijk.