ECLI:NL:RBMNE:2025:4791
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing bijzondere bijstand inrichtingskosten
Verzoeker heeft een aanvraag voor bijzondere bijstand in de inrichtingskosten van zijn nieuwe woning ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht is afgewezen. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat bij financiële geschillen in beginsel geen spoedeisend belang aanwezig is, tenzij er sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. Verzoeker stelde dat hij Multiple Sclerose heeft en dat zijn gezondheid door stress kan verslechteren, en dat hij schulden heeft waardoor hij zijn zorgverzekering niet kan betalen.
Echter heeft verzoeker geen stukken overgelegd ter onderbouwing van het spoedeisend belang, ondanks een verzoek van de griffier om nadere onderbouwing. Hierdoor ontbreekt voldoende bewijs van een acute noodsituatie. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is.