ECLI:NL:RBMNE:2025:4775
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot instelling beschermingsbewind wegens onvoldoende gronden
De dochter en kleinzoon van de heer Mahadewsingh hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot onderbewindstelling van zijn vermogen vanwege zorgen over zijn geestelijke toestand en de invloed van zijn buurvrouw, met wie hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht aan de hand van de ingediende stukken en de mondelinge behandeling via videoverbinding. Hoewel de verzoekers gedragsveranderingen signaleren en een conflict met de buurvrouw en ex-partner aanvoeren, zijn er onvoldoende objectieve medische of andere aanwijzingen dat de heer Mahadewsingh niet meer in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen.
De rechter acht een medisch deskundigenonderzoek niet noodzakelijk omdat een bewind ook niet de gevaren wegneemt die de verzoekers vrezen. Bovendien is niet aannemelijk dat de buurvrouw uit is op een vermeend buitenlands vermogen, dat door betrokkene wordt ontkend en niet blijkt uit belastingaangiften.
De rechtbank concludeert dat de heer Mahadewsingh, ondanks zijn leeftijd en de beschreven gedragskenmerken, voldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen en dat er geen noodzaak is voor bewind. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot instelling beschermingsbewind wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden.