Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties 1 t/m 8 van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
Erflater overleed in 2009 en liet een tweetrapsmaking na waarbij zijn geregistreerd partner [A] het bezwaarde vermogen kreeg, dat na haar overlijden in 2022 overgaat naar de kinderen van erflater, waaronder eiser. Na het overlijden van [A] ontstond een geschil over de afgifte van het bezwaarde vermogen en de bijbehorende administratie.
Eiser vordert dat de vereffenaar, gedaagde, opgave doet van het bezwaarde vermogen per datum overlijden [A] en de volledige administratie verstrekt. Gedaagde stelt dat hij al aan zijn verplichtingen heeft voldaan en dat eiser weigert het restant van het vermogen in ontvangst te nemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser ontvankelijk is in zijn vorderingen als executeur en dat hij een spoedeisend belang heeft bij inzage in de administratie over de periode na het overlijden van [A]. De vordering tot opgave van het vermogen per overlijdensdatum wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, maar gedaagde wordt veroordeeld om binnen 14 dagen de volledige administratie over het bezwaarde vermogen vanaf 2022 te overleggen, onder oplegging van een dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de volledige administratie van het bezwaarde vermogen binnen 14 dagen onder oplegging van een dwangsom.