Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 verlagen tot € 339.000,-.
Rechtbank Midden-Nederland
De heffingsambtenaar stelde in februari 2023 de WOZ-waarde van een woning vast op €354.000 voor het belastingjaar 2023. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd in februari 2024 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de procedure bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €339.000 per 1 januari 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verlaagde de WOZ-waarde overeenkomstig het compromis. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan eiser, waarbij rekening werd gehouden met de inwerkingtreding van artikel 30a Wet WOZ per 1 januari 2024. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €550,25, inclusief het griffierecht van €51.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen zonder zitting, waarbij het onderzoek gesloten werd. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd tot €339.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.