Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 17 van [gedaagde] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
€ 178,00(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres nakoming van een samenwerkingsovereenkomst met gedaagde, waarbij een initiële periode van drie jaar is overeengekomen. Gedaagde had de overeenkomst tussentijds opgezegd, wat volgens eiseres niet is toegestaan vanwege een opzegverbod in de algemene voorwaarden. De voorzieningenrechter stelt vast dat het opzegverbod geldt tot het einde van de initiële periode en dat gedaagde onrechtmatig heeft opgezegd.
Gedaagde stelde dat zij mocht opzeggen wegens slechte prestaties van eiseres, met name het ontbreken en de vertraging van een vereiste C3V koppeling in het ticketsysteem. De rechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende concreet heeft onderbouwd welke problemen zich precies voordeden en dat de vertraging niet volledig aan eiseres kan worden toegerekend. Ook is onvoldoende aangetoond dat eiseres het systeem niet binnen redelijke termijn werkend kan krijgen.
De voorzieningenrechter wijst de vordering tot een algemeen opzegverbod af omdat dit reeds in de overeenkomst is geregeld en toekomstige omstandigheden nog kunnen leiden tot rechtvaardiging van opzegging. Wel wordt gedaagde veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst, het verstrekken van verkoopgegevens vanaf de opzegging tot het moment dat eiseres weer exclusief diensten verleent, en tot betaling van een gematigde dwangsom bij niet-nakoming. De vorderingen tot verbod op negatieve uitlatingen en tot publicatie van een positieve mededeling worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst met een opzegverbod tot 19 mei 2026 en tot verstrekking van verkoopgegevens, onder dreiging van een gematigde dwangsom.