Eiseres heeft op 6 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, wat aanleiding gaf tot het instellen van beroep door eiseres nadat zij verweerder op 13 mei 2025 schriftelijk in gebreke had gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt de ingebrekestelling niet te hebben ontvangen. Door een technische storing zijn de ingebrekestellingen niet correct geregistreerd, maar eiseres heeft tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op uiterlijk 30 juni 2026 een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000, en wordt de reeds opgelopen dwangsom vastgesteld op €1.442.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€53). De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 19 augustus 2025.