Eiser heeft op 14 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 20 februari 2025 in gebreke en diende op 26 mei 2025 een beroepschrift in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen uiterlijk op 7 februari 2026, zijnde 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet verweerder een dwangsom van € 50,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier E.S. Dorsman op 19 augustus 2025.