Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2023. Eiser bepleit in beroep een lagere waarde van € 425.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep niet langer de vastgestelde waarde en heeft de WOZ-waarde nader vastgesteld op € 514.000,-.
Het motiveringsbeginsel
[adres 3] zijn gedaald, terwijl de WOZ-waarde van zijn woning is gestegen. Eiser stelt dit immers in zijn bezwaarschrift aan de orde. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor sprake is van een motiveringsgebrek.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verlaagt de WOZ-waarde van de woning naar € 514.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.
mr. D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2025.