De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 11 augustus 2025 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van zes maanden, tot 11 februari 2026. Dit volgt op een eerdere voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind.
De minderjarige was sinds april 2025 niet naar school gegaan en de moeder vertoonde verward gedrag, wat leidde tot een zorgmelding. Na een periode van uithuisplaatsing bij een tante is het kind weer teruggeplaatst bij de moeder, maar de situatie blijft onduidelijk en bedreigend voor de ontwikkeling van het kind. De moeder werkt onvoldoende mee aan het delen van medische informatie, wat de noodzakelijke regie door de gecertificeerde instelling belemmert.
De kinderrechter wijst op artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet, die hulpverleners verplicht om informatie te verstrekken aan de gecertificeerde instelling zonder toestemming van de betrokkenen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct ingaat, ook bij hoger beroep. Het doel is het waarborgen van een veilige en stabiele opvoedomgeving waarin het kind zich goed kan ontwikkelen.