Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:4446

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
14 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 25/924
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11, vierde lid, aanhef en onder f Huisvestingsverordening Almere 2019Artikel 27f Huisvestingsverordening Almere 2019Artikel 3:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag urgentieverklaring op grond van Huisvestingsverordening Almere 2019

Eiseres heeft op medische gronden urgentie aangevraagd voor een huurwoning in Almere, nadat zij gescheiden was en haar ex-echtgenoot in de huurwoning mocht blijven wonen. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet had aangetoond dat zij alles had gedaan om haar woonprobleem op te lossen, zoals vereist in de Huisvestingsverordening Almere 2019.

De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij niet in aanmerking kan komen voor een kamer of studio via sociale woningaanbieders en dat een tijdelijke opvangplek medisch gezien niet uitgesloten is. De stelling dat dergelijke woonruimte schaars is, is onvoldoende onderbouwd.

Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt, omdat er geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld. De woonsituatie met haar ex-echtgenoot is weliswaar moeilijk, maar niet onhoudbaar en er is geen bewijs van fysiek geweld. Het college heeft terecht geen uitzondering gemaakt.

Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt eveneens verworpen, omdat het besluit niet onevenredig nadelig is gezien de schaarste op de woningmarkt en het feit dat eiseres een dak boven haar hoofd heeft.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar urgentieaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/924

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. T. Novakovic),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college

(gemachtigden: K. Bahora en J.H.S. Biervliet).

Inleiding

1. Eiseres heeft op 6 augustus 2024 urgentie aangevraagd op medische gronden, om met voorrang in aanmerking te komen voor een huurwoning op grond van de Huisvestingsverordening Almere 2019 (Huisvestingsverordening).
2. Eiseres is in juli 2024 gescheiden van haar echtgenoot. Volgens de beschikking van de rechtbank van 19 juli 2024 mag haar ex-echtgenoot in hun huurwoning blijven wonen. Dat betekent dat eiseres op zoek moet naar alternatieve woonruimte. Tot die tijd woont zij nog in de huurwoning bij haar ex-echtgenoot.
3. Het college heeft de aanvraag van eiseres, onder verwijzing naar het advies van de externe urgentiecommissie van 20 september 2024, met het besluit van 23 september 2024 afgewezen.
4. Eiseres heeft bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft ze aanvullende stukken ingediend. In het bestreden besluit van 13 januari 2025 heeft het college, met wijziging van de motivering, de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Volgens het college voldoet eiseres niet aan de algemene voorwaarde [1] uit de Huisvestingsverordening dat ze er alles aan gedaan heeft om het probleem op te lossen, andere oplossingen niet mogelijk zijn of zijn uitgeput. Ook is volgens het college geen reden om voor eiseres op grond van de hardheidsclausule [2] een uitzondering te maken.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
6. De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S.M. Razaghi als tolk, [A] de begeleidster van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag om urgentie aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
8. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen voorrang krijgt op anderen die wachten op een huurwoning. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voldoet eiseres aan de voorwaarden voor urgentie?
9. Volgens eiseres voldoet zij aan de voorwaarden voor urgentie. Zij heeft alles gedaan om haar woonprobleem op te lossen en andere oplossingen zijn niet mogelijk. Een indicatie op grond van de Wlz en de Wmo is afgewezen. Ze reageert op seniorenwoningen via Woningnet, maar de wachtlijst is lang. Daarbij zijn veel woningen ongeschikt vanwege haar medische klachten. En ze staat in contact met het Leger des Heils, maar ook dat is vooralsnog tevergeefs. Daarbij komt dat een tijdelijke opvangplek vanwege haar medische klachten en kwetsbaarheid niet geschikt is. Eiseres kan en wil haar zoekgebied ook niet verruimen vanwege haar persoonlijke omstandigheden, haar zorgstructuur en de sterke binding met Almere.
10. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring. In de Huisvestingsverordening is als algemene voorwaarde om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen neergelegd dat de woningzoekende er alles aan gedaan moet hebben om het probleem op te lossen; andere oplossingen zijn niet mogelijk of zijn uitgeput. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat niet aan deze algemene voorwaarde is voldaan omdat het woonprobleem van eiseres als alleenstaande ook kan worden opgelost met, al dan niet tijdelijke, kamerbewoning of een studio via een (sociale) woningaanbieder. Eiseres heeft weliswaar de nodige medische problemen, maar niet is gebleken dat deze maken dat zij niet in een kamer of een studio op de begane grond of bereikbaar met lift zou kunnen wonen. Niet onderbouwd is dat zij via Woningnet of andere (sociale) woningaanbieders heeft gezocht naar een dergelijke kamer of studio. De stelling ter zitting dat dergelijke kamers of studio’s heel schaars zijn, is niet onderbouwd en maakt niet dat aan voormelde algemene voorwaarde is voldaan. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een tijdelijke (opvang)plek, zoals bij het Leger des Heils, voor eiseres medisch gezien onmogelijk is. Weliswaar begrijpt de rechtbank dat een dergelijke tijdelijke plek voor eiseres niet ideaal is en dat zij een geschikte permanente woonplek wenst, maar gezien de huidige schaarste op de woningmarkt is dat onvoldoende reden om eiseres voorrang te verlenen boven andere woningzoekenden.
11. Nu eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden heeft het college niet aan de hand van de speciale voorwaarden, zoals neergelegd in de Huisvestingsverordening, hoeven beoordelen of eiseres voor een urgentieverklaring in aanmerking komt.
Is er reden om voor eiseres een uitzondering te maken?
12. Volgens eiseres heeft het college voor haar ten onrechte geen uitzondering gemaakt op grond van de hardheidsclausule. Er is sprake van een noodsituatie, waarbij de enige reële oplossing een urgentieverklaring is. Weliswaar is eiseres niet dakloos, maar ze bevindt zich nu in een zeer kwetsbare en onhoudbare woonsituatie met huiselijk geweld. Ter onderbouwing heeft eiseres gewezen op het rapport van Veilig Thuis en verklaringen van haarzelf en haar begeleidster. De afwijzing van de urgentieverklaring is ook in strijd met het evenredigheidsbeginsel, aldus eiseres.
13. In de hardheidsclausule [3] is bepaald dat in gevallen, waarin strikte naleving van deze verordening tot onbillijkheid van overwegende aard zou leiden, burgemeester en wethouders ten gunste van de woningzoekende kunnen afwijken van deze verordening.
14. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er geen aanknopingspunten zijn om eiseres op grond van de hardheidsclausule alsnog urgentie te verlenen. Met een urgentieverklaring krijgt iemand voorrang op andere personen, die ook hard op zoek zijn naar een woning. Een urgentieverklaring is dus de uitzondering op de regel. De hardheidsclausule is daar weer een uitzondering op, omdat iemand dan urgentie krijgt terwijl hij of zij niet aan de voorwaarden daarvoor voldoet. Om die reden wordt de hardheidsclausule door het college alleen toegepast bij een onbillijkheid van overwegende aard. Van een dergelijke situatie is bij eiseres niet gebleken. Daarbij heeft het college mogen betrekken dat eiseres niet dakloos is. Ze mag zolang ze nog geen eigen woonruimte heeft gevonden bij haar ex-echtgenoot blijven wonen. Bovendien is deze woning geschikt voor haar met haar medische klachten. Dat de woonsituatie met haar ex-echtgenoot moeilijk en niet prettig is, is duidelijk. Maar er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat sprake is van een onhoudbare situatie. De verklaringen van eiseres en haar begeleidster zijn op zichzelf onvoldoende voor die conclusie en worden ook niet onderbouwd met stukken. Uit het rapport van Veilig Thuis van november 2024 volgt weliswaar dat eiseres en haar ex-echtgenoot elkaar verbaal het leven zuur maken en elkaar over en weer van van alles beschuldigen, maar niet dat ook sprake is van (bewijs van) fysiek geweld of dat de situatie anderszins onhoudbaar is. Ook ontbreken stukken van recente datum die daarop wijzen. Op de zitting heeft de begeleidster van eiseres hieromtrent verklaard dat de ex-echtgenoot ongeveer twee weken voor de zitting de politie had gebeld en dat de politie geen mogelijkheden heeft gezien voor verdere actie. Ook dit is verder niet met stukken onderbouwd. Onder deze omstandigheden heeft het college geen reden hoeven zien de hardheidsclausule toe te passen. Hierbij is ook van belang dat, zoals hiervoor onder 10 is overwogen, niet is gebleken dat het voor eiseres onmogelijk is om zich door huur van een tijdelijke kamer of studio aan de situatie met haar ex-echtgenoot te onttrekken.
14. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt evenmin. Een toets aan dit beginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht houdt in dat wordt bezien of een besluit gevolgen heeft die in verhouding tot het daarmee te dienen doel onevenredig nadelig zijn voor een belanghebbende. De rechtbank is van oordeel dat gelet op wat hiervoor is overwogen, met name dat eiseres een dak boven haar hoofd heeft, dat er niet gebleken is van een onhoudbare situatie en dat niet is gebleken dat eiseres er alles aan gedaan heeft om een oplossing te vinden, het afwijzende besluit niet onevenredig is, gezien de context van de schaarste op de woningmarkt.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 11, vierde lid, aanhef en onder f van de Huisvestingsverordening Almere 2019.
2.Artikel 27f van de Huisvestingsverordening.
3.Artikel 27f van de Huisvestingsverordening.