ECLI:NL:RBMNE:2025:4406
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met transitievergoeding
De eiseres, een vennootschap onder firma, verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de gedaagde werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). De gedaagde verzette zich niet tegen de ontbinding, maar vorderde een transitie- en een billijke vergoeding.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord was door een langdurig verschil van mening over functie-indeling en onbetaald verlof. Herplaatsing binnen het kleine bedrijf was niet mogelijk. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden per 1 oktober 2025.
De gedaagde stelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, onder meer door het niet oplossen van functie- en salarisproblemen en het vooraf besloten ontslag. De kantonrechter concludeerde echter dat de verstoorde arbeidsverhouding het gevolg was van een communicatiestoornis waarbij geen van partijen ernstig verwijtbaar handelde.
De kantonrechter wees daarom de billijke vergoeding af, maar veroordeelde de werkgever tot betaling van de wettelijke transitievergoeding met wettelijke rente vanaf 1 november 2025. De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2025 met betaling van transitievergoeding, zonder billijke vergoeding.