Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.BESLISSING
spreektverdachte daarvan
vrij.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 30 juli 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 491,8 gram MDMA en ruim 94 kilogram hasj en hennep in een opslagbox in Utrecht.
De tenlastelegging werd gewijzigd en betrof het bezit van deze drugs op 27 maart 2024, al dan niet samen met anderen. De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak, waarbij de officier van justitie stelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs in de door hem gehuurde opslagbox. Verdachte had wel de sleutel en verhuurde de opslagbox aan een medeverdachte, maar er was geen bewijs dat hij de opslagbox gebruikte terwijl de drugs aanwezig waren of dat hij wist wat er opgeslagen lag.
De drugs waren bovendien goed verborgen in een aggregaat, container en accubak van een vorkheftruck, wat het bewijs tegen verdachte verder ondermijnde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het bezit van grote hoeveelheden hard- en softdrugs.