ECLI:NL:RBMNE:2025:4399
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na intrekking en herroeping besluiten
Verzoeker ontvangt sinds oktober 2023 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een rechtmatigheidsonderzoek en het niet verschijnen bij gesprekken, heeft het college in januari en februari 2025 de bijstand opgeschort en ingetrokken. Verzoeker maakte bezwaar en diende een nieuwe aanvraag in, die in april 2025 werd afgewezen. Het college herroept in juni 2025 de eerdere besluiten en herstelt de bijstand tot de datum van de nieuwe aanvraag.
Verzoeker vraagt vervolgens een voorlopige voorziening om bijstand te ontvangen, stellende dat hij in acute financiële nood verkeert en uit zijn woning is gezet. De voorzieningenrechter concludeert echter dat verzoeker onvoldoende financiële gegevens heeft overlegd, gezien het bestaan van meerdere bankrekeningen en het ontvangen van toeslagen. Ook blijkt uit het eindinspectierapport dat de woning volgens afspraak is opgeleverd zonder aanwijzingen van huurachterstand of gedwongen uithuiszetting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is en het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is, mede omdat het college de eerdere besluiten heeft herroepen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom zonder zitting afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.