ECLI:NL:RBMNE:2025:4307

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
11 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 24/4425
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep WOZ-waarde

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van verzoeker om vergoeding van proceskosten na intrekking van zijn beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning.

Verzoeker was het niet eens met de WOZ-waarde van €494.000,- vastgesteld voor het belastingjaar 2023 en ging in beroep. Verweerder stelde de waarde later bij op €456.000,- en verzocht verzoeker het beroep in te trekken, wat verzoeker deed. Verzoeker vroeg vervolgens vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank overwoog dat alleen kosten gemaakt door een professionele juridische hulpverlener vergoed kunnen worden. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele hulpverlener had ingeschakeld, waren er geen kosten die vergoed konden worden. Wel is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden.

Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 15 augustus 2025.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoeker geen professionele juridische hulpverlener inschakelde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4425

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [plaats], verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft op 3 april 2024 een beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft in de beslissing op bezwaar de WOZ-waarde van [adres] te [plaats] voor het belastingjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022, vastgesteld op € 494.000,-. Verzoeker is op 29 juni 2024 in beroep gegaan. Verzoeker stelt dat de WOZ-waarde van de woning nog € 37.000,- te hoog is vastgesteld. Op 20 februari 2024 heeft verweerder laten weten dat hij de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022, vaststelt op € 456.000,-. Verweerder heeft verzoeker verzocht om zijn beroep in te trekken. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde.
4. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.