Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd in Utrecht,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , namens de GI;
- mevrouw [persoon 2] , namens de Raad.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds april 2025 verblijft in een behandelgroep in een jeugdhulpinstelling. De kinderrechter had eerder op 28 januari 2025 een machtiging verleend tot 28 juli 2025 en stelde het overige deel van het verzoek aanhoudend. De Raad voor de Kinderbescherming handhaaft het verzoek tot verlenging tot 28 januari 2026.
De moeder van de minderjarige staat achter de verlenging, hoewel zij zorgen uit over de toepassing van de zogenaamde 'zes-posities', een methode waarbij lichamelijke fixatie kan worden toegepast. De gecertificeerde instelling bevestigt dat deze methode standaard is en alleen ingezet wordt als het niet anders kan, met meldplicht bij de inspectie.
De kinderrechter concludeert dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, mede gezien het gedrag van de minderjarige dat recent een terugval vertoont. De geplande start van het 2thepoint-traject en uitbreiding van begeleiding bij schoolgang worden als positief beoordeeld. Tevens wordt opgemerkt dat de juridische grondslag voor vrijheidsbeperkende maatregelen in open jeugdhulp momenteel ontbreekt, maar dat wetswijzigingen in voorbereiding zijn.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 28 januari 2026 en de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 28 januari 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad.