ECLI:NL:RBMNE:2025:4246

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
597162 HA RK 25-126
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechtbank en rechter wegens gebrek aan gegronde vooringenomenheid

Verzoeker heeft op 23 juli 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, de griffier, alle medewerkers die de zaak behandelen en alle leden van de rechtbank. Het verzoek baseert zich op vermeende vooringenomenheid, machtsmisbruik, steekpenningen en onrechtmatige handelingen door gerechtsambtenaren.

De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden gericht tegen de rechter(s) die de zaak behandelen. Wraking van griffiers, andere medewerkers of alle leden van de rechtbank is wettelijk niet mogelijk. Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk voor dat deel van het verzoek.

Daarnaast is het verzoek tot wraking van de behandelend rechter zelf niet gegrond. De onderbouwing richt zich op een vermeende algemene vooringenomenheid van de rechtbank, maar er zijn geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die wijzen op persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.

De wrakingskamer concludeert dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het gehele wrakingsverzoek. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechtbank en de behandelend rechter.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 597162 HA RK 25-126
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 5 augustus 2025
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 23 juli 2025 mr. J.M. van Wegen gewraakt. Mr. J.M. van Wegen (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 11747057 MC EXPL 25-3430 (hierna: de hoofdzaak). Daarnaast ziet zijn verzoek op wraking van de griffier, alle medewerkers die deze zaak in behandeling krijgen en alle leden van de rechtbank.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. De rechtbank heeft een vooringenomen houding, er is sprake van machtsmisbruik, er zijn steekpenningen aangenomen, er wordt gehandeld in namen en er is sprake van diefstal van gelden doordat mensen energie afkopen via voorschotten die door een gerechtsambtenaar c.q. deurwaarder worden afgekocht, maar er wordt nooit een eindafrekening opgemaakt. Daarom wraakt verzoeker de rechter, de griffier, alle medewerkers die deze zaak in behandeling krijgen en meer in het algemeen alle leden van de rechtbank.

3.De beoordeling

Het toetsingskader
3.1.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
3.3.
Voor zover het wrakingsverzoek gericht is tegen alle leden van de rechtbank, alle medewerkers die de zaak in behandeling krijgen en de griffier – en daarmee tot anderen dan de rechter – overweegt de wrakingskamer het volgende.
3.4.
Uit het artikel 36 Rv Pro (en het hiervoor genoemde in 3.1) volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen de rechter(s) die de zaak behandelt (behandelen). Op grond van de wet is een wrakingsverzoek dat is gericht tegen alle leden van de rechtbank en alle medewerkers die de zaak nog in behandeling krijgen dus niet mogelijk. Dit betekent ook de rechters van deze wrakingskamer als leden van de rechtbank Midden-Nederland door dit deel van het wrakingsverzoek niet worden geraakt. Daarnaast volgt uit artikel 36 Rv Pro dat het niet mogelijk is om ook de griffier te wraken. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in dit deel van zijn verzoek. [1]
3.5.
Ook het verzoek tot wraking van de behandelend rechter leidt niet tot een gegronde wraking. De onderbouwing van het wrakingsverzoek van verzoeker is gericht op een vooringenomenheid van de rechtbank in het geheel. Een wrakingsverzoek kan alleen betrekking hebben op het doen of nalaten van de rechter. Een persoonlijke vooringenomenheid tegenover verzoeker of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor is niet gesteld of gebleken. Verzoeker is voor dit deel van zijn verzoek ook niet-ontvankelijk.
3.6.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 11747057 MC EXPL 25-3430 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie ook 2.4.2. onder e van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.