Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 juli 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- een akte met aanvullende producties 25 tot en met 31.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een bewoner en de gemeente Utrecht over het eigendom van de stoep en het trottoir voor de woning. De bewoner vordert een verklaring voor recht dat hij eigenaar is van de stoeptrap, de stoep en het trottoir, en dat de gemeente medewerking verleent aan inschrijving van dit eigendom. De gemeente stelt dat zij eigenaar is van zowel de stoep als het trottoir.
De rechtbank oordeelt dat de bewoner eigenaar is van de stoeptrap en de stoep, gebaseerd op historische documenten uit de jaren ’30, waaronder een overeenkomst uit 1931 waarin een zakelijk recht aan de gemeente werd verleend voor kabels en leidingen, maar het eigendom bij de toenmalige eigenaar bleef. De gemeente is eigenaar van het trottoir, wat ook in het Kadaster staat geregistreerd. Er is geen sprake van verjaring van eigendom door de bewoner.
De rechtbank veroordeelt de gemeente om medewerking te verlenen aan inschrijving van het eigendom van de stoep en stoeptrap op naam van de bewoner, met een beperkt recht van de gemeente. De gemeente hoeft de verbouwingswerkzaamheden van de bewoner niet te dulden, omdat het beperkte recht van de gemeente in acht moet worden genomen. De gemeente heeft niet onrechtmatig gehandeld en hoeft geen schadevergoeding te betalen, behalve de onderzoekskosten van de bewoner.
Uitkomst: Bewoner is eigenaar van stoep en stoeptrap, gemeente eigenaar van trottoir; gemeente moet medewerking verlenen aan inschrijving en hoeft verbouwingswerkzaamheden niet te dulden.