Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs en de bewezenverklaring
Identiteit: [verdachte]
Geboren: [1990] te [geboorteplaats] (Marokko).
Voertuig 2: bedrijfsauto
UMC Utrecht, Afdeling Spoedeisende Hulp
Betreft: [slachtoffer]
E-bike vs auto onbekende snelheid daarbij
1. Traumatisch subarachoidaal bloed rechts hoog frontaal
2. Multipele aangezichtsfracturen
3. Os Mandibula fractuur bdz
4. Fractuur processus transversus C6 doorlopend tot in het foramen transversarium links, met daarbij dissectie a. vetebralis links
5. Multipele ribfracturen rechts waarvan meerdere op 2 plekken
6. Comminutieve scapula blad fractuur rechts
7. Fractuur L3 met gerine retropulsie links
8. Wond aangezicht [12]
UMC Utrecht, Kliniek,
Betreft: [slachtoffer]
Patiënt is momenteel nog steeds onder behandeling binnen de poliklinische setting hier in de Hoogstraat.
Het verdere herstel van het letsel is afwachten; prognose moeilijk aan te geven. Er is sprake van zenuwletsel; dit herstelt langzaam en vaak niet restloos.
S-bocht worden gemaakt. De verdacht heeft echter de binnenbocht genomen en de S-bocht afgesneden, waardoor hij op de linker weghelft terecht is gekomen. Vervolgens heeft de verdachte niet (tijdig) opgemerkt dat het slachtoffer, dat wel op de juiste weghelft reed, hem tegemoet fietste en kon de verdachte niet tijdig of voldoende afremmen, tot stilstand komen of uitwijken voor het slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer op het T-kruispunt geraakt. De rechtbank acht op grond van de twee getuigenverklaringen ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met een hogere snelheid dan gelet op de verkeerssituatie ter plaatse verantwoord was het kruispunt heeft genaderd en op is gereden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7. De beslissing
taakstraf van 100 (honderd) uren;
ontzegtde verdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.