Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 22 bijlagen,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 30 juli 2025 uitspraak gedaan over het verbod op permanente bewoning van recreatiewoningen op een vakantiepark. De eisende partij, de Vereniging van Eigenaren (VvE), heeft de gedaagden, die permanent in een recreatiewoning verbleven, aangesproken op het overtreden van de regels die in de splitsingsreglementen zijn vastgelegd. De rechtbank oordeelde dat de gedaagden de permanente bewoning moesten staken en kreeg hen een termijn van drie maanden om een andere woning te vinden. De rechtbank benadrukte dat het verbod op permanente bewoning niet betekent dat er maximaal zes maanden in de recreatiewoning mag worden verbleven. De VvE heeft voldoende volmacht om deze procedure te starten en heeft ook een procesbelang bij de handhaving van de regels. De rechtbank concludeerde dat de gedaagden op dit moment hun hoofdverblijf in de recreatiewoning hebben, wat in strijd is met de reglementen. De rechtbank heeft de vordering van de VvE toegewezen en de gedaagden veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskosten.